www.skispringers.nl - Onafhankelijke website voor skispringen, schansspringen en sporters in Nederland.
 
Loading
Dutch Nordic Team, afdeling skispringen

Dutch Nordic Ski-Jumping Team

Het Dutch Nordic Team is aangesloten bij de Nederlandse Ski Vereniging

Olympische spelen Sochi 2014

 

Geschiedenis van het skispringen in Nederland

Deel 2: Gevallen helden en gevleugelde gekken
Schansspringers zijn rare vogels

UTRECHT - Er is bijna geen enkele Olympische sport waar je zoveel geschifte waaghalzen tegenkomt als in het skispringen. Want je moet een zekere waanzin bezitten om van een K120 schans naar beneden te vliegen en na de lengte van meer dan een voetbalveld weer op de sneeuw terecht te komen. En sommige springers waren geeneens in staat het echt luchtruim te vinden, maar leken clowns op ski's.

Gerrit-Jan Konijnenberg
Gerrit-Jan Konijnenberg

Je moet aardig wat moed verzamelen om van vijftig meter hoogte naar beneden te vliegen. En dat over een afstand van ruim honderd meter en een snelheid van negentig kilometer per uur. Het wereldrecord staat zelfs sinds 2000 met 225 meter (op de K185 schans van Planica in Slovenië) op naam van de geflipte Oostenrijker Andreas Goldberger. Dan heet het ook wijselijk skivliegen.

Goldberger (32) is een van de vele voorbeelden dat schansspringen geen normale sport is. Andi, zoals hij liefkozend genoemd wordt, gaf in 1997 op de Oostenrijkse televisie toe dat hij in een Weense discotheek cocaïne gebruikt had. Goldberger werd een jaar geschorst en probeerde daarna voor Joegoslavië uit te komen om te kunnen blijven springen. Babyface mocht in 1998 weer voor zijn geboorteland uitkomen op de Spelen, na veel nationale discussies, al duurde het tot 2000 voor hij zijn oude niveau haalde. Er zijn ettelijk voorbeelden van ontspoorde springers of gekken op latten. Zoals clown Eddy The Eagle Edwards, slager en stripper Matti Nykanen of de eetstoornis van Sven Hannawald.

En dan nog de Nederlander Gerrit-Jan Konijnenberg. Onze eigen Eddy Edwards. Al was Konijnberg wel stukken beter dan de dwaze Brit, die overigens als een ware Tokkie vertroeteld werd. Een antiheld met een grote jampotbril en vlassnor die molenwiekend de schansen afduikelde. Overigens deed hij ook nog aan Speed-skiën, een wintersportvariant waarbij zo snel mogelijk in een rechte lijn van een berg gegleden moet worden. En daarnaast was hij kundig in stunt-skispringen, The Eagle vloog over tien auto's.

Edwards (41) kon ruim leven van zijn escapades. Hij schnabbelde erbij door lezingen te geven, kreeg eigen radioprogramma' s, maakte plaatjes (een nummer 2 hit in Finland) en liet zich dik sponsoren. Daarbij is hij nog steeds een van de bekendste springers van het moment. Ook al speelt het zich allemaal ruim tien jaar geleden af.

Konijnenberg (41) kreeg die massale bekendheid niet en wil zich ook niet de Nederlandse Edwards noemen. "We waren toen beide als laaglander bezig met het schansspringen, meer overeenkomsten zijn er niet." Hij was wel de eerste Nederlander die sinds de jaren dertig aan schansspringen deed en het Nederlands record zette op 97 meter. De kleine Hagenaar sprong al na twee jaar op Garmisch mee. Serieus en niet als een clown. "Ik deed het om de kick van het springen, maar ook om het reizen en de spanning. Later ook om over die honderd meter te komen."

Zijn ultieme doel was meedoen aan de Olympische spelen, maar de eisen voor kwalificatie waren te hoog. "Ik heb toen nog via een NIPO enquête laten onderzoeken of de Nederlandse bevolking achter mijn uitzending naar Albertville stond." Konijnenberg maakte een deal met het enquêtebureau en als hij er genoeg aandacht aan zou geven zou het nagenoeg gratis zijn. "Dat was wel grappig, ja. De meerderheid van de ondervraagden wilde mij graag terug zien in Frankrijk, maar NOC-NSF was niet om te praten."

Konijnenberg, nu vader van vijf skiënde kinderen en werkzaam in de PR en managementwereld, wil niet zeggen dat skispringers bij voorbaad rare figuren zijn. "Dat heb je sportbreed. In elke sport zitten wel zulke mensen. Ze staan enorm in de belangstelling en hebben daar nog wel eens problemen mee. "In de jaren '80 bracht het NOC een rapport Het Zwarte Gat - uit over wat sporters na hun carrière meemaken", vertelt Konijnenberg. "En dat was meestal niet echt goed." Zelf had hij na het beëindigen van zijn loopbaan als waaghals in 1992 geen last van het gat. "Nee, hoor, ik kende immers het rapport."

Waren Edwards en Konijnenberg gewoon amateurs, voor de meeste springers is het bittere ernst. Iets te veel ernst had Sven Hannawald (30). De Duitse topspringer behaalde twintig maanden geen zege, voordat hij op 1 januari 2002 in Garmisch won. Hij ging daarbij door een diep dal. Hannawald werd lange tijd van boulimie verdacht. Het lichtgewicht at minimaal en zag eruit als een skelet. Maar hij verloor ook de kracht die bij een afzet nodig is. In het Duitse kamp werd alles gedaan om hem er weer geestelijk bovenop te helpen. En dat lukte, zoals hij zei na zijn overwinning: "Het is weer helemaal terug. Ik heb eindelijk weer plezier op de schans".

Triester is het verhaal van Matti Nykanen (41), een van de grootste sporthelden van Finland. Hij won in 1984 in Sarajevo Olympisch goud op de grote schans. In 1988 in Calgary herhaalde hij dat en won hij ook goud met het Finse team en op de kleine schans.

Uiteindelijk won hij vier gouden en een zilveren medaille op de Spelen en werd hij zeven maal winnaar van de wereldbeker. In een sport die in het koude noorden net zo populair is als bij ons het schaatsen. Begin dit jaar schreef hij al een boek over zijn leven met de toepasselijke titel: Groetjes vanuit de hel. Want na zijn carrière, en eigenlijk al tijdens, belandde hij in de drankput. In 1987 werd hij zelfs uitgesloten voor deelname aan de Vierschansentournee vanwege de fles.

Nadat Nykanen tien jaar geleden zijn medailles en sponsoren verloor ging hij op een andere manier zijn geld verdienen. Hij ging strippen in een club, de reden waarom je op Google veel aanbiedingen voor zijn lichaam vindt ('Matti Nykanen nude'), en ging op de muzikale toer. Hij heeft twee cd's en een hitsingle uitgebracht. Over het boek verwachtte hij wel kritiek. "Natuurlijk zijn er altijd mensen die alles veroordelen wat je doet, maar deze jongen gaat gewoon door.''

In augustus kwam Nykanen weer in het nieuws. De voormalige vliegenier werd met zijn vrouw in Nokia gearresteerd wegens poging tot moord. De Flying Fin zou in dronken toestand een 59-jarige man met een mes hebben toegetakeld.

Dat skispringers geen doorsnee mensen zijn bewijst Primoz Peterka (25), of zoals op zijn site te lezen staat: ‘Ski-jumpers are different’. Hij won in 1997 op zijn 17e al de Vierschansentournee. De Sloveen was er net als Martin Schmitt (24, sprong op zijn negentiende al met de top mee) en Toni Nieminen (29, werd op 16-jarige leeftijd in 1992 Olympische kampioen) er al vroeg bij. Echter, hij was maar kort aan de top. Zijn loopbaan raakte in het slop. Het trieste is dat hij zelf ook geen verklaring kon geven voor zijn falen. “Ik heb werkelijk geen idee waarom ik zo slecht sprong. Zoals ik daarvoor goed was, ging het later opeens slecht.” Peterka kwam in 2001 pas uit het dal en hervond zijn glorie toen hij op 1 januari 2003 in Garmisch mocht winnen.

En daarbij, springers lijken koelbloedig, maar zelfs de Japanse kamikazevliegers, die in 1998 in hun thuisland de gouden Olympische teammedaille haalden, waren een beetje gek. De beelden van de uitbundig van vreugde jankende Masahiko Harada (36) gingen de wereld over. Nooit huilde er iemand mooier van geluk. En dat omdat ze wat verder sprongen dan hun concurrentie Duitsland en Oostenrijk. Skispringen, het blijft een rare sport.

Opmerkelijke springers

Eddy ‘The Eagle’ Edwards (41): Brits skispringfenomeen annex schnabbelaar, bekend door zijn lasbril en kolderieke sprongen.

Sven Hannawald (30): Duitser die leed aan een eetstoornis omdat hij zo licht mogelijk wilde zijn, om zo ver mogelijk te vliegen.

Andreas ‘Babyface’ Goldberger (32): Oostenrijkse opperwaaghals met een wereldrecord van 225 meter. Gebruikte cocaïne en was een aantal jaar een beetje de weg kwijt, wilde zelfs Joegoslaaf worden.

Yukio Kasaya (61): Legendarische springer en uitvinder van de Japanse school. Was in 1972 Olympisch kampioen op de kleine schans. Sinds 1980 bondscoach van Japan.

Gerrit-Jan Konijnenberg (41): Eerste Nederlandse skispringer sinds 50 jaar, vooral voorspringer en houder van zijn eigen NIPO enquête.

Toni Nieminen (29): Deze Fin werd op zestienjarige leeftijd (en 259 dagen) Olympische kampioen in Albertville op de 120 meter schans. Won datzelfde jaar de Vierschansentournee. Daarna is er weinig meer van hem vernomen.

Matti ‘The Flying Fin’ Nykanen (41): Finse held in orde van Mika Hakkinen (Formule 1) en Paavo Nurmi (atletiek). Bekend om zijn drang naar de fles en zijn stripcarrière.

Primoz Peterka (25): Won op zijn 17e al de Vierschansentournee, raakte daarna in een dip en kwam er definitief weer uit door in Garmisch te winnen.

Jens Weissflog (40): Hij won eerst voor Oost-Duitsland, om later voor het verenigde Duitsland opnieuw de Vierschansen te winnen.

 

Bron: Door Kees van Dalsem, 29 dec. 2004 (Uit: sportfabriek 2004)


Skispringers.nl Special Links | www.fis-ski.com | www.www.nskiv.org | www.berkutschi.com
.

Email webmaster (c) 2010 vanderaalst.com